Het Landhuis 

ontwerp
Stuivinga

Het landhuis is ontworpen door architect J. Stuivinga in een stijl die heel karakteristiek is voor de woonhuisarchitectuur in het tweede decennium van de vorige eeuw. Stuivinga ontwierp overigens eerst een landhuis met een “inpandige garage”. Echter op last van de gemeente Assen heeft hij het plan moeten bijstellen: ”Naar mij voorkomt schijnt ontwerper dezes, minder goed op de hoogte te zijn, nl. de werkkamer op den begaande grond, de speelkamer, slaapkamer voor jongens, grote slaapkamer en logeerkamer op de verdieping hebben te weinig ”. Als gevolg hiervan is de garage/koetshuis vervangen door een veranda (later serre) en een losstaand koetshuis.

HET PARK

Om het landhuis tenvolle aan zijn bestemming te doen beantwoorden en aan de eischen van zijn schoonheid alle recht te doen weervaren, moet ook aan de naaste omgeving van het huis de volle aandacht worden geschonken. Landhuizen en tuin  kunnen niet beschouwd worden als twee op zichzelf staande eenheden, die niets of zoo goed als niets met elkaar te maken hebben, maar behooren bij elkaar en vormen samen een ondeelbaar geheel. ... Huis en tuin, met alle onderdeelen daarvan, behoren een harmonisch geheel te vormen, waarbij de grilligheid en willekeur zijn uitgesloten. Eerst dan, als deze waarheid algemeen zal zijn erkend, kan een bevredigend resultaat worden verwacht. (H. v.d. Kloot Meyburg 1921)


Anno begin 21ste eeuw;


Een villatuin is een groenaanleg die behoort bijeen groot vrijstaand woonhuis, dat binnen de bebouwde kom lag toen de tuin ontstond. De tuin is in in aansluiting op het bijbehorende huis vormgegeven en niet een beperkt aangepast restant van een oudere aanleg. Een villatuin is in eerste instantie een siertuin, eventuele nutsfuncties hebben een ondergeschikte rol.


(bron; Villatuinen in Nederland 1900-1940 Blok en Lang)

 

Het Larikspark werd ontworpen door Jan Vroom Jr. In het rijksarchief van Assen is het originele ontwerp te bewonderen.


Het Larikspark is ontworpen voor het landhuis de Lariks. Komende vanaf de Vaart (Witterbrug) ging je op de oprijlaan op richting de Lariks. Een deel van deze toegang is nog aanwezig echter deze wordt ruw doorbroken door de Selma Lagerhof laan. Vanaf de Witterbrug was alleen de vlaggenmast van de Lariks te zien. Het huis was enigszins verborgen in het Bos.


Het ontwerp zoals omschreven in het monumentenregister;  het beeld bepalende pand voegt zich voorbeeldig in de lommerrijke omgeving en heeft als zodanig ook landschappelijke kwaliteiten. De stijl van het park is voorbeeld van de eind 19de en begin 20ste eeuwse architectonische landschapsstijl.


Een aantal vijverpartijen (die in de loop der jaren zijn verkleint) hadden niet alleen een afwateringsfunctie, echter het zand was ook nodig door er een aantal singels in aan te leggen.


Larikspark was voor het vermaak en het Zeijerveld voor (werk) inkomen.

 

Het park zelf had een aantal verhoogde uitzichten gemaakt op de molen en de kerk (vroegere Katholieke kerk aan de Vaart). Waar nu zo ongeveer de watertoren staat was vroeger het huis van de tuinman van de Lariks.


Het park kenmerkt zich door de slingerpaden, diverse rust, speel en nutsfuncties en verhogingen met uitzicht op de omgeving (zicht op molen, zicht op kerk etc.). Het park was omsloten door (besloten) waterpartijen.


Door het ontbreken van systematisch onderhoud de laatste 60 jaar zijn de accenten in het park minder zichtbaar maar nog wel aanwezig en is het ritmische karakter van de aanleg en ontwerp enigszins onderbroken door de natuur die haar eigen weg is gegaan.


In de tweede wereld oorlog (toen de  Commissaris van de Koningin onder Duits gezag de Lariks had gevorderd) zijn er in park verdedigingslinies aangelegd.


In de jaren 60 is de woonwijk de Lariks om en rond het park gebouwd en zijn er twee autowegen dwars door het park gelegd. Eind 20ste eeuw is er een karakterloos asfalt fietspad langs het Landhuis aangelegd en zijn er aan de West kant een paar luxe woningen gebouwd.


Ondanks de aanslagen in de tijd op het park is de hoofdstructuur groten deels in stand gebleven. Het park is grotendeels openbaar toegankelijk, heeft een sportveld, een honden uitlaat speelveld en een picknick tafel.

 

 
VROOM TUINARCHITECT

Jan Vroom Jr. werd geboren in 1893. Het sprak voor zich dat hij de tuinarchitectuuractiviteiten van zijn vader zou overnemen en werd dan ook op zestienjarige leeftijd naar de tuinbouwschool in Frederiksoord gestuurd. Een jaar later moest hij echter zijn opleiding afbreken, omdat zijn vader door ziekte zijn gezichtsvermogen verloor. Als zeventienjarige jongen nam hij, in 1911, de activiteiten van zijn vader over. Zijn eerste grote opdracht was het ontwerpen van een tuin bij het Rijkskrankzinnigengesticht te Medemblik, waar hij tijdens de eerste jaren van de Eerste Wereldoorlog aan werkte. Deze opdracht bleek van groot belang voor zijn verdere carrière. De reis naar Medemblik nam in die tijd, per tram en boot, een volle dag in beslag en het gebeurde vrij vaak dat Vroom bij aankomst in het gesticht moest constateren dat het bestelde plantmateriaal niet volgens afspraak was geleverd óf dat hij ter plekke het plantmateriaal moest afkeuren. Het tijdsverlies dat dit veroorzaakte achtte Vroom zo structureel, dat hij in 1918 een stuk grond in Glimmen kocht en daar in 1919 een eigen kwekerij begon. Op deze manier kon hij onzekere factoren als kwaliteit en leveringzekerheid in eigen hand houden én kon hij voortaan opdrachten over grotere afstanden aannemen. Het feit dat hij over eigen plantmateriaal beschikte, hield in dat hij ook meer structureel de uitvoering van eigen ontwerpen zelf kon gaan verzorgen. Hij bood opdrachtgevers aan om, voor een afgesproken bedrag, het gehele karwei te klaren. De Vrooms waren eerder meestal als een soort regisseur opgetreden. De herenboeren zorgden voornamelijk zelf voor arbeiders en materialen. De grotere opdrachtgevers betaalden Jan Vroom Jr. maar al te graag om de verantwoordelijkheid voor het gehele project op zich te nemen. Om dat te realiseren had Vroom in de dertiger jaren reeds zo'n dertien hoofduitvoerders in dienst die op de verschillende locaties in het land in de kost gingen en daar de uitvoering coördineerden. Kortom: na 'Medemblik' was Vroom dus naast architect ook kweker en uitvoerder geworden.

 

Door het succes van 'Medemblik' kreeg hij in één keer landelijke bekendheid in het wereldje van de psychiatrie en kon hij in korte tijd opdrachten van vergelijkbare orden in ontvangst nemen.

 

Een aantal voorbeelden daarvan uit de twintiger en dertiger jaren zijn: 'Groot Bronswijk' te Wagenborgen, diverse objecten voor de stichting 'Zon en Schild' het 'Noorder Sanatorium Dennenoord' te Zuidlaren, 'De Hooge Riet' te Ermelo, en na de oorlog diverse stichtingsterreinen in o.a. Andijk, Vogelenzang, Wolfheze, Bloemendaal en Amersfoort. 'Medemblik' bleek een soort doorbraak; ook andere stromen opdrachtgevers kwamen in dezelfde periode op gang. Vroom coördineerde uitbreidingsplannen in onder andere Drachten en Stadskanaal, ontwierp en realiseerde een zeer groot aantal begraafplaatsen - tot in Limburg toe. Ook kreeg hij veel opdrachten van verschillende bedrijfsonderdelen van Philips. Vele andere soorten opdrachtgevers vonden hun weg naar de fa. Vroom. Vermeldenswaard is zeker het fraaie ontwerp dat hij in 1921 maakte voor de Hortus Botanicus in Haren en de restauratie van het Van Heutzpark in Coevorden. (Zijn vader had dit laatste park overigens in 1900 ontworpen, terwijl Leonard Springer het park in 1915 had uitgebreid.) Daarnaast ontwierp hij honderden villa- en stadstuinen, vooral in de omgeving van Groningen.

 

 
Bekende parken van de hand van Vroom (bron Agralin universiteit Wageningen)


 

Van Heutszpark (M / P)


Ligging: van Heutszsingel. Ontwerpers: J. Vroom sr., 1900 / L.A. Springer, 1915. Openstelling: dagelijks.


De tuinarchitect L.A. Springer kreeg in 1915 van de gemeente Coevorden de opdracht om het enige jaren daarvoor, door J. Vroom sr., aangelegde villapark te herzien en een aangrenzend stuk bouwgrond tot plantsoen om te vormen. Grenzend aan het villapark ontwierp Springer ook een landschappelijke aanleg binnen de noordelijke singels van de stad. Deze singels waren restanten van de zeventiende-eeuwse verdedigingswerken die Menno van Coehoorn rondom Coevorden had aangelegd. Springer plantte veel bloemheesters waaronder Lonicera xylosteum, Lonicera tatarica, allerlei soorten vlier en viburnum


Enschede (Enschede)


 

Volkspark (P)


Ligging: Parkweg. Ontwerpers: D. Wattez, 1872 / Tj.H. Koning, 1945 / J. Vroom jr., 1945. Oppervlakte: 15 ha. Openstelling: dagelijks.

Het Volkspark Enschede is het eerste recreatiepark in Nederland aangelegd voor textielarbeiders, teneinde "... een geschikte gelegenheid tot ontspanning te verschaffen en het bezoek aan kroegen en het gebruik van sterke drank tegen te gaan". Het park bestaat uit een aanleg in landschapsstijl met een grote vijver en een hertenkamp. Recreëren was in de negentiende eeuw nog een ingetogen bezigheid. Men wandelde wat, voerde brood aan de eendjes en de herten of luisterde naar een blaaskapel. In de loop van deze eeuw werd de recreatiedruk op dergelijke romantische parken steeds groter. In 1945 werden er veranderingen in het terrein aangebracht naar ontwerp van de tuinarchitecten J. Vroom en Tj.H. Koning. Tegenwoordig is een deel van het park in gebruik als sportveld, speeltuin en speel- en zonneweide. Door deze toevoegingen in geheel andere stijl is de oorspronkelijke eenheid van het ontwerp van Wattez helaas aangetast. Wel vind men in het park nog vele bijzondere boomsoorten zoals een trompetboom en een doodsbeenderenboom.

 

In de loop der tijd werd een aantal kunstwerken in het park geplaatst, waaronder een modern metaalplastiek van André Volten. Het in het park gelegen oorlogsmonument van Mari Andriessen vormt het middelpunt van de jaarlijkse dodenherdenking.

 

 
Vakantieboerderij Kamphuis in Meeden (Groningen)

Voorbeeld van een Slingertuin ontworpen door Vroom. Voor meer informatie over Groninger Slingertuinen zie www.slingertuinen.nl

Of in het oud Gronings Slingertoene.