Het Landhuis 

6F89264E-CD5D-455B-8979-9851941CB3E7_1_105_c.jpeg
Landhuis de Lariks

Het omvangrijke Landhuis 'de Lariks' is in 1914-1915 gebouwd aan de toenmalige Stegeweg in opdracht van Jhr. Mr. H.E.E. Roell, maar had de familie Cremer als eerste bewoner. Het vrijstaande landhuis is ontworpen door de bekende architect J. Stuivinga in een stijl die heel karakteristiek is voor de woonhuisarchitectuur in het tweede decennium. Kenmerkend voor veel van deze architectuur is het slechts gedeeltelijk pleisteren van de gevels, de dikwijls zware kappen, aandacht voor het detail, alsmede het gebruik van duurzame materialen en aan de historische bouwkunst ontleende onderdelen; motieven die verwijzen Um 1800-stijl. Het huis heeft een oprijlaan, een tuin met erfbeplanting uit de tijd van de aanleg en is gelegen in een lommerrijke omgeving.

Het huis is opgetrokken vanuit een rechthoekige plattegrond in deels gepleisterde baksteen en omvat twee bouwlagen onder een met verbeterde Hollandse pannen gedekt, geleed mansardedak met zich verjongende schoorsteenschachten op de nokhoeken en rechthoekige dakkapellen met roedenverdeling in de vensters. De gevels hebben een begane grond van schone baksteen en een verdieping van wit geverfde gepleisterde baksteen, die beide zijn voorzien van voornamelijk rechtgesloten, met persiennes behangen deuren en vensters met hardstenen onderdorpels en roedenverdeling in bovenlichten onder strekken. De voorgevel heeft een hoger opgaande gevelpartij met entree en zich verjongende gevel voor de derde bouwlaag met een in- en uitzwenkende, klokvormige kap. De entreepartij bestaat uit een deur met segmentboogvormige afsluiting met raamijzers voor een klein oeil de boeuf en smalle zijlichten onder een met leien gedekt (maasdekking) afdak met geprofileerde lijst met tandlijsten aan de zijkanten en een segmentboog aan de voorzijde. Het afdak rust op twee complete en twee halve zuiltjes van Bentheimer zandsteen met teerlingkapiteeltjes, die staan op bakstenen muurtjes. Twee vensters in de middenpartij zijn voorzien van spiegelbogen aan boven- en onderzijde. De in overstand staande beschoten geveltop is voorzien van een ovaal negenruits oeil de boeuf en een uitkragende daklijst op klampen. De rechter (noordelijke) zijgevel is onder meer voorzien van een boven een hardstenen stoepje staande deur met bovenlicht. Aan de achterzijde (westgevel) bevindt zich een risaliet onder een mansardedak met dakkapel. Per bouwlaag bevindt zich in deze voorsprong een breed samengesteld venster. Boven de kleine zijvensters op de parterre staan uitpandige loggia's met houten borstwering en korfboog onder overstekken van het dwars op de hoofdvorm staande, vijf steile schilden tellende mansardedak. Rechts van het risaliet bevindt zich een deur met een aansluitende, brede vensterpartij en in de rechter travee een erker met schuine zijden onder plat dak. De zuidgevel heeft een symmetrische indeling met een doorlopende vensterpartij met roedenverdeling in een brede serre met bakstenen onderbouw. De serre heeft een afgeknot schilddak met houten balustrade rond het plat waarop twee met persiennes behangen deuren uitkomen. De gevel is aan weerszijden hiervan voorzien van een ovaal oeil de boeuf. Oorspronkelijk was de serre niet ontworpen zoals zij is uitgevoerd. Aanvankelijk betrof het slechts een kleine serre, achter en verbonden met een garage onder zadeldak. In een volgend ontwerp zijn garage en serre vervangen door een veranda met zuilenportiek. Het is niet bekend of dit ontwerp ook is uitgevoerd en het huidige aanzien een iets later uitgevoerde verbouwing betreft. Waardering

Het karakteristieke landhuis naar ontwerp van een landelijk bekende architect is nog uitzonderlijk gaaf en vanwege zijn bijzondere, voor de bouwtijd zo kenmerkende vormgeving en esthetische kwaliteiten van architectuurhistorische waarde. Het beeldbepalende pand voegt zich voorbeeldig in de lommerrijke omgeving en heeft als zodanig ook landschappelijke kwaliteiten.


 

Beschreven door Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Datum publicatie 2005-04-05
Laatste wijziging 2006-09-11


 

 
Nadere toelichting over de bouwstijl
 UM 1800


De Um 1800-Beweging vertegenwoordigt een conservatieve bouwstijl die een reactie was op het rationalisme in de bouwstijl, waarvan bijvoorbeeld Berlage een vertegenwoordiger was. De Um 1800-stijl vond haar hoogtepunt in het tijdvak 1905-1914.

Tegenover dit rationalisme stelde de Um 1800 Beweging de Lodewijk XVI stijl als ideaalbeeld. Deze stijl werd toen als de laatste echte stijl beschouwd. Soms echter waren ook zeer duidelijke neoclassicistische invloeden aanwezig, en ook Jugendstil-elementen kwamen voor. Ze wordt dan ook wel nieuw historiserende stijl of heroriëntatie genoemd.

Veel gebouwen van deze stijl zijn nogal massaal, met veel gebruik van natuursteen, tal van -soms gebogen- ornamenten, torentjes, erkers en dergelijke. Ze doen dan een beetje denken aan de Amerikaanse wolkenkrabbers uit die tijd, die ook ornamenten hadden die teruggrepen op het verleden, maar uiteraard nog veel massaler waren. Men sprak in dit verband wel van Amerikanisme. Daarnaast werden strakkere neoclassicistische gebouwen ontworpen die aan deze stijl worden toegeschreven.


De Um 1800-stijl werd vooral toegepast in commerciële bouwwerken, zoals warenhuizen, banken en dergelijke. De Amsterdamse Effectenbeurs (1911-1914) en de Amsterdamse Bijenkorf, uit 1911, zijn voorbeelden hiervan. Ook in landhuizen werd de Um 1800 stijl toegepast.

De materiaalschaarste, die het gevolg was van de Eerste Wereldoorlog, betekende het einde van deze stijl.


 

Bron wikipedia