Jan Stuivinga
(1881 – 1962)
Jan Stuivinga
geboren op 26 oktober 1881 te Zwolle
overleden op 4 juni 1962 te Zeist. Zijn broer Theodorus Frederik
Stuiving is geboren op 3 juli 1880 te Ruinerwold en overleed op 19 mei te 1959
te Utrecht.
Andere werken van
Stuivinga;
Raadhuis in Zeist
Landhuizen Den Bilt, Maarsbergen en Amersfoort
Ziekenhuizen Assen, Winterswijk, Oudenrijn,
Schiedam, Rotterdam en Utrecht
Raadhuis (verbouwing 1913) en een bibliotheek
Veendam
Kerken Heerlen, Emmen, Enschede, Lonneker en
Maarsbergen
Volks- en middenstandswoningen Veendam en
Utrecht
De grote doorbraak
van Jan Stuivinga was het winnen van een prijsvraag voor de bouw van een nieuw
raadhuis te Zeist in 1906. Om de bouw
te realiseren vestigde hij zich in de gemeente Zeist en associeerde hij zich
met zijn broer Theo die voordien opzichter was bij Rijkswaterstaat.
Na aanvankelijk
hun jonge jaren in het Oosten van het land te hebben doorgebracht hebben de
broers Stuivinga hun opleiding (academie van Beeldende Kunsten en Technische
Wetenschappen 1901) in Rotterdam gehad. Jan Stuivinga verbleef in Rotterdam tot
dat hij de opdracht in Zeist voor het raadhuis ontving.
Tijdens zijn
studie maakte hij schetsen en aquarellen van gebouwen en in- en extrerieur van
een gotische kerk, het stoomgemaal (1787) in de Polder Blijdorp en de gevel van
de Nationale Bank in Antwerpen.
Na zijn opleiding
heeft hij in 1905 werkervaring opgedaan bij
H. Everts, architect aan de Polytechnische School te Delft, A.D.
Heederik civiel-ingenieur te Rotterdam en Joh. Kraaz, architect te Berlijn.
Van juli 1905 tot
juli 1906 heeft hij werkervaring opgedaan bij de Duitse Ochsenmayer & Wissmüller architecten in Nürenberg. Jan Stuivinga
noemde zijn ontwerpen in die tijd zijn “Duitsch werk”.
Van zijn reis door
Duitsland heeft hij allerlei schetsontwerpen gemaakt ui platen als; Nürenberg,
Bronbach, Wertheim, Miltenberg, Kügenberg, Wimpfen o/d/ Berg, Heilbron,
Swabisch Hall, Rothemburg o/d/ Tauber, Hümelstein, Munschen en Ausgsburg. In
augustus 1906 is hij in Brugge geweest.
Kijkende na het
ontwerp en de bouw van de Lariks dan zien we daar duidelijk de Duitse invloed
op terug.
Jan Stuivinga
bemoeide zich als architect en bouwmeester tot in de kleinste details met het
ontwerp van de Lariks. Het smeetwerk van de voordeur en de jaartallen op het
gebouw zijn tot in het kleinste detail op werkelijke grote door hem ontworpen.
Het marmeren en de dorpels werden door hem hoogstpersoonlijk door hem besteld
en uitgezocht.
Tijdens de bouw
van de Lariks had Jan Stuivinga zijn nationale faam reeds verworven. Waarom de
gemeente Assen op een enigszins denigrerende wijze naar de opdrachtgever
correspondeerde over het ontwerp van Stuivinga is de moeite waard van verder
onderzoek. Was het de arrogantie van de architect die dit opriep of was het de
hoogmoed waanzin of regelzucht van het ambtelijk apparaat.
(bron archieven
van NAI te Rotterdam)
Overzicht van
de werken van Stuivinga (bron diverse internet publicaties)
Zeist
Boulevard 6
Villa uit 1927
naar ontwerp van de architecten Jan en Theo Stuivinga. Het pand bestaat uit
twee bouwlagen, onder overstekend schilddak, waarin dakkapellen met zadeldakjes
zijn geplaatst. De symmetrische voorgevel heeft een segmentbogige serre met
balkom, waarachter een iets teruggelegen deur- venster-partij. De ingang
bevindt zich in de linker zijgevel. De villa is van enige architectonische
waarde als kenmerkend werk van de Zeister architecten Jan en Theo Stuivinga.
Het Rond 5
Het postkantoor
uit 1911 is een rijksmonument.
Het gebouw vormt
door de bewust toegepaste neo-Hollandse Barokstijl een overgang naar het
achttiende-eeuwse
complex van de
Broedergemeente. Door de ronde hoektoren wordt het Rond hier visueel sterk
gemarkeerd
en vormt het een
passend antwoord op het schuin ertegenover gelegen raadhuis met haar hogere
vierkante toren.
Uitgangspunt van
de architect Stuivinga was dat het raadhuis het Rond moest blijven domineren.
Het gemeentehuis
Op 27 december
1905 werd een prijsvraag uitgeschreven voor een ontwerp voor een nieuw
raadhuis. Het ontwerp van de 25- jarige architect Jan Stuivinga werd bekroond
met de eerste prijs. Dit ontwerp werd uitgewerkt en zo werd in 1908 een heel
nieuw gemeentehuis aan Het Rond gerealiseerd. Ook dit gemeentehuis is van
architectonische waarde. Het is zowel van buiten als van binnen uitgevoerd in
neo-renaissancestijl, waarbij de hoofdvorm op de Duitse en de detaillering op
de Hollandse renaissance is geïnspireerd.
Op het dak van het
gemeentehuis zitten twee beelden van dieren. Aan de kant van het Walkartpark
zit een eekhoorn, deze staat voor de spaarzaamheid van het gemeentebestuur. Aan
de andere zijde zit een haan. De haan is het symbool van de waakzaamheid.
Dertig jaar na de
bouw was het gemeentehuis alweer te klein. De bevolking was in die tijd met
20.000 inwoners toegenomen. Een ontwerp van Stuivinga voor nieuwbouw werd in de
ijskast gelegd nadat in 1940 de oorlog uitbrak.
In oktober 1976
verwoestte een felle brand een deel van het gemeentehuis. De hele bovenste
verdieping ging in vlammen op. In 1977 werd besloten om tegelijk met de
restauratie van het gemeentehuis tot nieuwbouw over te gaan. De bouw van het
nieuwe gedeelte van het gemeentehuis is in 1982 gestart en in 1984 voltooid.
Het nieuwe gedeelte is aan het raadhuis aan Het Rond vast gebouwd en tevens aan
het voormalige gemeentehuis aan de 1e Dorpstraat. Zo zijn drie gemeentehuizen
met elkaar verbonden en tot een eenheid gemaakt deze eenheid vormt het huidige
gemeentehuis van Zeist.
Utrechtseweg
69 Landhuis “Veldheim” (inclusief
terrein Oud Veldheim)
Het woonhuis
Veldheim is een rijksmonument 510257.
De stijl waarin
het park rond het huis is aangelegd is een overgangsvorm van de landschapsstijl
naar de moderne stromingen in de vormgeving. Van de voormalige oprijlaan zijn
de laanbomen nog aanwezig.
Oude bomen in
enkele tuinen tegenover het huidige Veldheim vormen het restant van de
buitenplaats Oud-Veldheim, die aan de zuidwest zijde van de Utrechtseweg was
gelegen.
Heerlen
The reformed church is a cruciform building in a
micture of Rationalistiv and moderate Expressionistic styles. It was built in
1931-1932 and was designed by J. and Th. Stuivinga.
Bilthoven
Zuiderkapel,
Boslaan 3 te Bilthoven
De Zuiderkapel is
in 1916 door architect Jan Stuivinga als zaalkerk ontworpen in opdracht van de
Nederduitsch-Hervormde Evangelisatie-vereniging. De kapel, toen De Biltsche Kapel genoemd, bood plaats
aan 192 mensen. Tijdens de bouw van de kerk werd er een gedenksteen
ingemetseld, waarachter een loden koker werd geborgen met een oorkonde waarop
de stichting van de kapel verwoord is. In de buitenmuur van de kapel werd
daarom een peilbout aangebracht van het Normaal Amsterdam Peil. De ontwikkeling
van Bilthoven kwam pas rond 1900 op gang, maar groeide nadien gestaag. De
Biltsche Kapel, op grondgebied gelegen dat in 1917 Bilthoven werd genoemd, werd
al snel te klein. In 1935 werd de kerk door dezelfde architect in samenwerking
met zijn zoon Theo vergroot. Zij voegden twee zijvleugels toe, waardoor de
zaalkerk veranderde in een kruiskerk. De kapel biedt thans plaats aan 450
mensen. In 1952 werd de oorspronkelijk naam De Biltsche Kapel veranderd in
Zuiderkapel. Om de oude naam niet te vergeten werd er boven de hoofdingang een
steen aangebracht met de inscriptie ''De Biltsche Kapel".
Driebergen
Parklaan 7
Het bakstenen
kerkgebouw met detaillering in Amsterdamse Schoolstijl is in 1929 gebouwd naar een ontwerp
van de architecten Jan en Theo Stuivinga uit Zeist. Naar verluidt zou aannemer
Boeschoten uit Doorn het werk hebben uitgevoerd. De kerk werd gebouwd in
opdracht van de Vrijzinnig Christelijke Vereniging, een afdeling van de
Nederlandse Protestantenbond. De Nederlandse Protestantenbond is geen echte
'kerk' en staat open voor zowel vrijzinnige leden van kerken als voor
buitenkerkelijken. Het gebouw van de bond in Driebergen is een eenvoudige zaalkerk
onder een hoog opgaand pannen zadeldak
waarop een dakruiter met houten opbouw is geplaatst waarin een luidklok hangt.
Aan de voorzijde bevindt zich een uitgebouwd portaal
eveneens onder een zadeldak met decoratief ruitvormig metselwerk in de top. Een
kleine gemetselde stoep leidt naar de ingang. Twee lantaarns flankeren de
dubbele toegangsdeur. Naast het portaal zijn aan zijden twee smalle vensters
met roeden geplaatst. Bij de zijgevels voorzien van steunberen
is een dakhuis aangebracht als voortzetting vn de drie middelste
vensters. Naast de kerk staat een fietsenberging uit dezelfde tijd als de kerk.
Het geheel wordt omgeven door hoog opgaand groen. Een tweevleugelig houten
hekwerk tussen gemetselde hekpalen geeft toegang tot het kerkterrein.
Arch: BV-doos
ongeinventariseerd. Bron: mondelinge informatie secretaris NPB.
Enschede
DE LASONDERKERK
1925
Beschrijving van
de kerk:
De TOREN is,
evenals de kerk, van handvormsteen en met een grijsblauwe pan gedekt.
Merkwaardig is het totaal ontbreken van balken of enige andere verbinding
tussen de muren binnen in de toren, die 41 meter hoog is.
Het UURWERK werd
geplaatst door en is in onderhoud bij de gemeente Enschede.De KLOK is afkomstig
uit de afgebrande Wijnhuistoren te Zutphen en werd in 1644 gegoten door
Franciscus en Petrus Hemony. Op de rand van de klok staat te
lezen:"Fransiscus et Petrus Hemony me Fec = Anno Domini 1644". Hij
werd geschonken door Mevr. H. G. Jungé-van Heek. Het BEELDHOUWWERK boven de
ingang stelt de kreupele aan de Schone Poort van de Tempel voor, die genezen
wordt door Petrus en Johannes. De groep werd vervaardigd door Mej. L.E.Beyerman
te Amsterdam, evenals de aan weerszijden opgestelde lantaarn-consoles,
voorstellende een vlucht duiven en een zwaan.
De
HERINNERINGSSTEEN bij de ingang werd op pagina 2 reeds omschreven.
De TEKST boven de
uitgang luidt: "Zijt daders des Woords, en niet alleen hoorders." Dit
decoratie-werk is van de heer en mevr. Visser te Zeist, evenals de andere
decoraties in Art-Deco stijl in de kerk.
De RAMEN trekken
wel de meeste aandacht in de Lasonderkerk. Ze werden geleverd door de fa. J. L.
Schouten te Delft. Ontwerper en vervaardiger is de heer J. Veldhuis, een van de
bekendste glazeniers van het vermaarde atelier "'t Prinsenhof'. Bijzonder
is, dat hier ramen van grote afmeting werden uitgevoerd in mozaiek. Deze oudste
glazeniers-techniek werd tot dusver slechts gebruikt voor ramen van kleinere
afmetingen. Normaliter wordt voor grote ramen het glas beschilderd en daarna
gebrand. Hier werd met gekleurd glas als het ware geschilderd: het palet
bestond uit stukjes glas in honderden kleuren, tinten en nuanceringen, die in
de vereiste vormen gesneden werden en dan met het lood aan elkaar verbonden.
Alleen voor de gezichten, handen en fijnere gedeelten werd de andere methode
toegepast (schilderen op glas en daarna branden). Het valt op, dat de stukken
glas in het oostelijke Christus-raam veel groter zijn dan in het westelijke Mozes-raam,
dat enige maanden later geplaatst werd. Het experiment had een verrassend
resultaat en was een groot succes voor `t Prinsenhof'.
HET OOSTELIJK RAAM
is een uitbeelding van de verheerlijking op de berg, volgens Matth 17 : 1 - 9.
Hier wordt de voortreffelijkheid
van het evangelie, boven de wet en de profeten, uitgebeeld. De lichtende
gestalte van de Heere Jezus gaat voor de ogen van Petrus, Johannes en Jacobus,
ver uit boven de gedaanten van Mozes, met de tafels van de wet in de hand) en
Elia, die een profetische rol draagt (Nebiïm is hebreeuws voor profeten).
De voet van het
oostelijk raam bestaat uit zeven taferelen, voorstellende de zeven bekende
gelijkenissen ; "de verloren zoon" - "het verloren schaap"-
"de zaaier" - "de schat in de akker" - "het visnet
"- "de barmhartige Samaritaan" en de " Farizeeër en de
tollenaar". Ter weerszijden van het oostelijk raam stellen twee luiken de
vier evangelisten symbolisch voor, volgens Openbaring 4 : 7 : Mattheus :de mens
(engel) - Markus : de leeuw - Lukas : de stier - Johannes: de arend.
HET WESTELIJK RAAM
Tegenover het
venster van de rijzende Zon is een raam geplaatst, waarin de gedachte aan
scheiden en sterven wordt vertolkt. Hier is Mozes op de berg Nebo afgebeeld
volgens Deutoronomium 32 : 45 - 52 en 34 : 1 - 4. Op de achtergrond ligt de
stad Jericho met wallen en torens. De halve maantjes zijn van Amelek en
daarachter in de verte de tempelstad Jeruzalem, die toen nog niet bestond. God
toont Mozes als het ware hier, behalve het beloofde land, ook iets van de
toekomstige heerlijkheid van Israël. Als een blauw lint slingert de Jordaan
zich door het bonte kleurenpaneel als symbool van vruchtbaarheid.
Op de voorgrond
zien we Jozua en Kaleb afgebeeld met de enorme druiventros als bewijs, dat het
land goed is om in te wonen en dat het overvloeit van melk en honing.
De voet van het
westelijk raam bestaat eveneens uit zeven taferelen, voorstellende zeven
bekende gebeurtenissen uit het leven van Mozes:
"zijn roeping
bij het braambos "- "de tocht door de rode zee" - "de tien
geboden ""Mozes in het bietenkistje "- "water uit de
rotssteen'-" de strijd tegen Amelek " en "de koperen
slang".
De TABERNAKEL van
Mozes wordt voorgesteld in twee luiken, aan weerszijden van het westelijk raam
We zien in
volgorde: "het Reukaltaar " - "de Ark van het Verbond " -
"de Zevenarmige Kandelaar " en " de Tafel der Toonbroden ".
De ALPHA en de
OMEGA (de eerste en de laatste letter van het alfabet) worden getoond in de
twee ronde vensters in de noordelijke muur en verwijzen naar de uitspraak van
de Heere: " Ik ben het begin en het einde". De Alpha is uitgevoerd in
rood en geel (kleuren van de activiteit) en de Omega in paars en blauw (de
kleuren van rust en vrede).
De eikenhouten
KANSEL staat onder het orgel aan de zuidzijde van de kerk en is ontworpen door
de architecten Stuivinga en is vervaardigd in de werkplaats van de fa.
Middelbeek te Utrecht. Het beeldhouwwerk aan de kansel en de engel boven het
orgel werden gemaakt door de beeldhouwer Joh. H. Schreuder te Amsterdam. Op de
pilaar van de kanseltrap staat een pelikaan, zinnebeeld van het
"offer". Van deze vogel wordt gezegd, dat ze haar jongen voedt met
het bloed uit haar borst, die zij hiervoor stuk pikt.
De BIJBEL ligt op
de rug van een adelaar, symbool van het zich steeds vernieuwende Woord.
De Bijbel spreekt
er meermalen van, dat de jeugd van iemand vernieuwd wordt als die van een
arend. Dit kan duiden op het nieuwe pak veren, dat de vogel na de ruitijd
krijgt.
Een ander verhaal
is, dat tijdens het ouder worden bij de arend de kromme bovensnavel over de
ondersnavel groeit, waardoor hij z'n bek na verloop van tijd bijna of niet meer
openen en dus niet meer eten kan. Nadat hij hierdoor ernstig verzwakt is blijft
er nog maar één redmiddel over: de adelaar stort zich met grote snelheid en met
de snavel vooruitgestrekt naar beneden op de harde bodem. Hierdoor breekt de
snavel, de bek kan weer open en de vogel kan weer eten Zo wordt zijn leven
gered en verlengd en zijn jeugd vernieuwd.
Op de
KANSELPANELEN worden Geloof, Hoop en Liefde voorgesteld door kruis, anker en
hart.
Het DOOPVONT staat
op het platvorm naast de preekstoel, is gemaakt van eikenhout en heeft als
randschrift: "Laat de kinderkens tot Mij komen en verhindert ze
niet".
Het bronzen deksel
heeft als handvat een sierlijke duif, zinnebeeld van de Heilige Geest. Voor het
AVONDMAAL is voor het platvorm een installatie gemaakt, waardoor sommige banken
kunnen worden weggehaald of verplaatst, zodat er voldoende ruimte is voor de
avondmaalstafel. Het zilver voor de tafel, bestaande uit 120 kleine bekertjes,
17 blaadjes en broodschalen werd geschonken door mevr. wed. G. A.
Lasonder-Elderink.
De BIJGEBOUWEN aan
de zuidzijde van het gebouw bestaan uit een consistoriekamer, een
catechesatielokaal en een keukentje. Een fraaie antieke toga-kast werd als
geschenk ontvangen van iemand, die onbekend wenst te blijven. Het
catechesatielokaal heeft een aardige schouw en glas in lood-vensters rondom
CV J. Stuivinga
(1881-1962)
Opleiding en
werkervaring
diploma van Vereeniging de Ambachtschool te
Rotterdam; april 1898
diploma B van de Academie van Beeldende
Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam; mei 1901
certificaat betreffende opleiding c.q.
werkervaring H. Evers, architect aan de Polytechnische School, afd, Schoone
Bouwkunde te Delft; april 1905
certificaat betreffende opleiding c.q.
werkervaring bij dhr. A.D. Heederik, civiel ingenieur, Rotterdam; april 1905
certificaat opleiding c.q. werkervaring bij
dhr. Joh. Kraaz, architect te Berlijn; augustus 1905
opleiding en werkervaring bij Ochsenmayer
& Wissmüller, architecten, Nürberg, Duitsland
Reizen en
studietekeningen
|
Juni/juli 1905 |
Nürberg |
|
23 augustus 1905 |
Bronbach |
|
23/24 augustus
1905 |
Wertheim |
|
24 augustus 1905 |
Miltenberg |
|
27 augustus 1905 |
Kügenberg |
|
1 september 1905 |
Wimpfen o/d/
Berg |
|
2 september 1905 |
Heilbron |
|
3 september 1905 |
Swabisch Hall |
|
5 september 1905 |
Rothembrug |
|
9 september 1905 |
Nürberg |
|
17 juni 1906 |
Hümmelstein |
|
Juni juli 1906 |
München |
|
11 juli 1906 |
Ausburg |
|
Augustus 1906 |
Brugge |
Projecten
Bouwvereeniging Veendam
Homeopathisch ziekenhuis
te Oudenrijn
Ziekenhuis te
Schiedam
Ziekenhuis “Eudokiea” te Rotterdam
“Bartholomaei”
Gasthuis te Utrecht
Algemeen
ziekenhuis te Zeist
Figi te Zeist
galerij, lunchroom, hotel, restaurant, schouwburg, concertzaal en woonhuis
Postkantoor Zeist
Raadhuis te Zeist
(motto “Junkfern Adler”)
Ziekenhuis Assen
Ziekenhuis
Winterswijk
Raadhuis Veendam
Leeszaal te
Veendam
Kerk te Heerlen
Kerk Emmen
Kerk Enschede
Kerk Lonneker
Kerk Maarsbergen
Volks- en
middenstandswoningen Veendam en Utrecht
Niet gebouwd (prijsvraaginzendingen)
Raadhuis te Beilen;
motto Beilen
Groep woningen te
Assen; motto Zonnehof