Het Lariksbos werd ontworpen door Jan Vroom Jr. In het rijksarchief van Assen is het originele ontwerp te bewonderen.

 

Het lariksbos is ontworpen voor het landhuis de Lariks. Komende vanaf de Vaart (Witterbrug) ging je op de oprijlaan op richting de Lariks. Een deel van deze toegang is nog aanwezig echter deze wordt ruw doorbroken door de Selma Lagerhof laan. Vanaf de Witterbrug was alleen de vlagenmast van de Lariks te zien. Het huis was enigszins verborgen in het Bos.

 

Het ontwerp zoals omschreven in het monumentenregister was een Engelslandschap met een formele tuin (Frans) om en rond het landhuis.

 

Een aantal vijverpartijen (die in de loop der jaren zijn verkleint) hadden niet alleen een afwateringsfunctie, echter het zand was ook nodig door er een aantal singels in aan te leggen.

 

 

Het park zelf had een aantal verhoogde uitzichten gemaakt op de molen en de kerk (vroegere Katholieke kerk aan de Vaart). Waar nu zo ongeveer de watertoren staat was vroeger het huis van de tuinman van de Lariks.

 

De Harkema’s hebben er later een tennisbaan (Noordkant) laten aanleggen.

 

Helaas is van de parkachtige omgeving op dit moment niet veel van overgebleven. In de laatste jaren van de tweede wereld oorlog is de Lariks gevorderd door de Duitsers gevolmachtigde van de Duitse bezetters in Drenthe liet er voor zijn eigen veiligheid tankwallen en verdedigingswerken in aanleggen. Thans heeft natuurbeheer een grotere prioriteit dan de parkachtige omgeving. Ondanks dit allses zijn meeste paden en de hoofd bebossing  nog wel in tact maar het heeft door de stijl en wijze van onderhoud een besloten karakter gegeven.

 

Eppo Harkema was de langste bewoner en eigenaar van het Lariksbos. Dit Bos inclusief het landhuis is in 1956 verkocht aan de gemeente Assen die haar uitbreidingsplannen voor een stadswijk daarmee kon bewerkstelligen. Harkema, aardappel koopman had allerlei dieren om en rond de woning. Zijn kleinkinderen vertelden dat hij als hij een wandeling door het bos of een stok of zijn geweer mee nam. De stok om ongenodigde gasten te verwijderen en het geweer om op de duiven te schieten. Het bos is thans publiekelijk toegankelijk en het land waar vroeger de beesten grazen is nu een hondenspeelveld en een voetbalveld aangelegd.

 

 

 

Assen voor de aanleg van het Lariksbos 1868

 

 

Na aanleg van het Lariksbos 1945

 

 

 

 

Jan Vroom Jr (bron www.depunt.nl)

 

 

J. Vroom Jr.Jan Vroom Jr. werd geboren in 1893. Het sprak voor zich dat hij de tuinarchitectuuractiviteiten van zijn vader zou overnemen en werd dan ook op zestienjarige leeftijd naar de tuinbouwschool in Frederiksoord gestuurd. Een jaar later moest hij echter zijn opleiding afbreken, omdat zijn vader door ziekte zijn gezichtsvermogen verloor. Als zeventienjarige jongen nam hij, in 1911, de activiteiten van zijn vader over. Zijn eerste grote opdracht was het ontwerpen van een tuin bij het Rijkskrankzinnigengesticht te Medemblik, waar hij tijdens de eerste jaren van de Eerste Wereldoorlog aan werkte. Deze opdracht bleek van groot belang voor zijn verdere carrière. De reis naar Medemblik nam in die tijd, per tram en boot, een volle dag in beslag en het gebeurde vrij vaak dat Vroom bij aankomst in het gesticht moest constateren dat het bestelde plantmateriaal niet volgens afspraak was geleverd óf dat hij ter plekke het plantmateriaal moest afkeuren. Het tijdsverlies dat dit veroorzaakte achtte Vroom zo structureel, dat hij in 1918 een stuk grond in Glimmen kocht en daar in 1919 een eigen kwekerij begon. Op deze manier kon hij onzekere factoren als kwaliteit en leveringzekerheid in eigen hand houden én kon hij voortaan opdrachten over grotere afstanden aannemen. Het feit dat hij over eigen plantmateriaal beschikte, hield in dat hij ook meer structureel de uitvoering van eigen ontwerpen zelf kon gaan verzorgen. Hij bood opdrachtgevers aan om, voor een afgesproken bedrag, het gehele karwei te klaren. De Vrooms waren eerder meestal als een soort regisseur opgetreden. De herenboeren zorgden voornamelijk zelf voor arbeiders en materialen. De grotere opdrachtgevers betaalden Jan Vroom Jr. maar al te graag om de verantwoordelijkheid voor het gehele project op zich te nemen. Om dat te realiseren had Vroom in de dertiger jaren reeds zo'n dertien hoofduitvoerders in dienst die op de verschillende locaties in het land in de kost gingen en daar de uitvoering coördineerden. Kortom: na 'Medemblik' was Vroom dus naast architect ook kweker en uitvoerder geworden.

Door het succes van 'Medemblik' kreeg hij in één keer landelijke bekendheid in het wereldje van de psychiatrie en kon hij in korte tijd opdrachten van vergelijkbare orden in ontvangst nemen. Een aantal voorbeelden daarvan uit de twintiger en dertiger jaren zijn: 'Groot Bronswijk' te Wagenborgen, diverse objecten voor de stichting 'Zon en Schild',
Noorder sanatorium Zuidlarenhet 'Noorder Sanatorium Dennenoord' te Zuidlaren, 'De Hooge Riet' te Ermelo, en na de oorlog diverse stichtingsterreinen in o.a. Andijk, Vogelenzang, Wolfheze, Bloemendaal en Amersfoort. 'Medemblik' bleek een soort doorbraak; ook andere stromen opdrachtgevers kwamen in dezelfde periode op gang. Vroom coördineerde uitbreidingsplannen in onder andere Drachten en Stadskanaal, ontwierp en realiseerde een zeer groot aantal begraafplaatsen - tot in Limburg toe. Ook kreeg hij veel opdrachten van verschillende bedrijfsonderdelen van Philips. Vele andere soorten opdrachtgevers vonden hun weg naar de fa. Vroom. Vermeldenswaard is zeker het fraaie ontwerp dat hij in 1921 maakte voor de Hortus Botanicus in Haren en de restauratie van het Van Heutzpark in Coevorden. (Zijn vader had dit laatste park overigens in 1900 ontworpen, terwijl Leonard Springer het park in 1915 had uitgebreid.) Daarnaast ontwierp hij honderden villa- en stadstuinen, vooral in de omgeving van Groningen.

aanleg tuin noordersanaanleg tuin noordersanaanleg tuin noordersanaanleg tuin noordersan

 

Bekende parken van de hand van Vroom (bron Agralin universiteit Wageningen)

 

Van Heutszpark (M / P)

Ligging: van Heutszsingel. Ontwerpers: J. Vroom sr., 1900 / L.A. Springer, 1915. Openstelling: dagelijks.

De tuinarchitect L.A. Springer kreeg in 1915 van de gemeente Coevorden de opdracht om het enige jaren daarvoor, door J. Vroom sr., aangelegde villapark te herzien en een aangrenzend stuk bouwgrond tot plantsoen om te vormen. Grenzend aan het villapark ontwierp Springer ook een landschappelijke aanleg binnen de noordelijke singels van de stad. Deze singels waren restanten van de zeventiende-eeuwse verdedigingswerken die Menno van Coehoorn rondom Coevorden had aangelegd. Springer plantte veel bloemheesters waaronder Lonicera xylosteum, Lonicera tatarica, allerlei soorten vlier en viburnum

 

 

Enschede (Enschede)

Volkspark (P)

Ligging: Parkweg. Ontwerpers: D. Wattez, 1872 / Tj.H. Koning, 1945 / J. Vroom jr., 1945. Oppervlakte: 15 ha. Openstelling: dagelijks.

Het Volkspark Enschede is het eerste recreatiepark in Nederland aangelegd voor textielarbeiders, teneinde "... een geschikte gelegenheid tot ontspanning te verschaffen en het bezoek aan kroegen en het gebruik van sterke drank tegen te gaan". Het park bestaat uit een aanleg in landschapsstijl met een grote vijver en een hertenkamp. Recreëren was in de negentiende eeuw nog een ingetogen bezigheid. Men wandelde wat, voerde brood aan de eendjes en de herten of luisterde naar een blaaskapel. In de loop van deze eeuw werd de recreatiedruk op dergelijke romantische parken steeds groter. In 1945 werden er veranderingen in het terrein aangebracht naar ontwerp van de tuinarchitecten J. Vroom en Tj.H. Koning. Tegenwoordig is een deel van het park in gebruik als sportveld, speeltuin en speel- en zonneweide. Door deze toevoegingen in geheel andere stijl is de oorspronkelijke eenheid van het ontwerp van Wattez helaas aangetast. Wel vind men in het park nog vele bijzondere boomsoorten zoals een trompetboom en een doodsbeenderenboom.

In de loop der tijd werd een aantal kunstwerken in het park geplaatst, waaronder een modern metaalplastiek van André Volten. Het in het park gelegen oorlogsmonument van Mari Andriessen vormt het middelpunt van de jaarlijkse dodenherdenking

 

 

Andere historische bossen in Assen; Het Asserbos een artikel uit Noorderbreedte

 

Asserbos, een oase in een drukke stad

Jan Abrahamse

Assen kan bogen op een opmerkelijke groenvoorziening nabij het centrum van de stad. Van oorsprong is het Asserbos ouder dan de nederzetting zelf. Het 114 hectare grote parkbos heeft zijn huidige vormgeving als wandelbos echter gekregen aan het eind van de achttiende eeuw. Een verkenning door de Landschaps Plantagie met burgemeester Dineke van As.

De burgemeester kent haar geschiedenis. Met graagte vertelt ze over het ontstaan van haar stad in connectie met het Asserbos.
Het Asserbos is oorspronkelijk een van de wouden waarmee grote delen van Drenthe bedekt waren. Het gebied maakte in de Middeleeuwen deel uit van de marke van Witten en het bos was dan ook gemeenschappelijk bezit van de markegenoten. In 1260 werd ten oosten van de Weiersloop het klooster Mariënkamp gebouwd, op de plaats waar nu het provinciaal museum is gevestigd. Dat klooster verwierf in de loop der eeuwen steeds meer bezittingen, zo ook de marke van Witten en daarmee het Asserbos. 'Maar', zo vertelt Dineke van As, 'de geschiedenis van dat klooster gaat nog verder terug. Bisschop Otto van Lippe werd in 1227 een kopje kleiner gemaakt door de Drentse boeren tijdens de slag bij Ane, ten zuiden van Coevorden. Otto's opvolger heeft een aantal jaren later de boeren echter een lesje geleerd en eiste dat de boeren een zoenoffer zouden brengen door een klooster te bouwen op de plaats waar Otto was vermoord. Dit Cistenziënzer vrouwenklooster lag midden in het moeras en was daardoor zeer vochtig. De vrouwen vroegen om een klooster te bouwen op een drogere locatie en kregen van de bisschop toestemming om 'ergens op een eenzaam oord' een nieuw klooster te bouwen, en dat werd Mariënkamp.'

Niet onvermaeckelijck kleyn bosje
Assen bestond toen uit een paar boerderijen. Het bos had een duidelijke economische functie. Het leverde hout, er werd gejaagd en vee geweid en er werden vruchten verzameld. In 1600, tijdens de Reformatie, kwamen de bezittingen van het Asser klooster in handen van de Landschap Drenthe. Het bos werd 's Lands Plantagie genoemd. Er was inmiddels een kleine nederzetting rondom het klooster ontstaan en de bewoners gebruikten het hout naar hartelust. In 1608 verbood het 'provinciaal bestuur' het kappen van bomen en later ook het weiden van vee. Een nog veel grotere bedreiging vormde echter de ontginning van het Groote Holt, ten westen van de Bosbeek, waar boerderijen en moestuinen werden aangelegd. Een reiziger schreef in 1691 smalend over het 'niet onvermaeckelijck kleyn bosje'.

Sterrenbos
Rond 1760 begon men in te zien dat er toch wat gedaan moest worden aan het bos en besloot men akkers en heidevelden ten westen van de Bosbeek weer te bebossen. Het was Wolter Hendrik Hofstede die met dit voor die tijd omvangrijke project startte. Hofstede ontwierp een wandelgebied in de vorm van een sterrenbos, waarbij lange rechte paden elkaar in een stervorm kruisen. Het bos kent twee sterren die op de plattegrond goed te herkennen zijn. Hofstede maakte in het Asserbos twee zichtlijnen: de Hoofdlaan, die gericht is op de toren van de Abdijkerk, en de Roldertorenlaan, die in de richting van de toren van Rolde wijst. Ook werden er cirkelvormige paden toegevoegd en zo kreeg het Asserbos een parkachtige structuur.

De assen van Assen
Behalve de rechte lijnen in het Asserbos was er ook een duidelijke connectie met het laatste rechte deel van de Drentsche Hoofdvaart. Ook de aanleg van dat kanaal staat onder supervisie van de topambtenaar Wolter Hofstede. De veengebieden van Smilde kunnen door de aanleg van dit kanaal ontgonnen worden. Het laatste gedeelte is net als de Hoofdlaan in het bos gericht op de Abdijkerk. Men spreekt dan ook wel van de assen van Assen.
Van As: 'Heel bijzonder is dat het bosproject van Hofstede begon met het zaaien van zaden van eiken en beuken, die na enige jaren gepoot konden worden.' In 1784 was het project voltooid en bestond het Asserbos uit 12 hectare van het Groote Holt en 102 hectare aangelegd sterrenbos; voor die tijd een zeer omvangrijk parkgebied voor een plaats als Assen. Hofstede is geëerd voor deze werken met een gedenksteen in het bos. De Assenaren waren trots op hun bos en het Landschapsbestuur liet dan ook in 1789 weten: 'Zoo is het, dat wij na deliberatie hebben goedgevonden den capitein-geweldiger, landschaps- en carspelssoldaat van Assen te gelasten en authoriseeren om zig van tijd tot tijd na de landschaps-plantage te begeven, en wel voornamelijk op Zon- en feestdagen, en alle diegeene, welke zullen bevinden schade an het plantsoen door het uithalen van nesten als anders toe te brengen of zig met eenig dobbelspel en ontheiligen van 's Heeren naam bezig te houden, te bekeuren in de boete van één goudgulden, half te voordeele van de bekeurder en half ten voordeele van de diakonie.'

Beschermd stadsgezicht
Dineke van As: 'De aanleg van het Asserbos en de aanleg van de Vaart zijn voor de stad van eminent belang geweest. De ruimtelijke structuur van Assen verandert voor het eerst sinds eeuwen; de rechte structuur van Asserbos en Vaart betekenen een aanvulling op de min of meer cirkelvormige singelstructuur. De Brink en omgeving, de Vaart, de Hoofdlaan-Nassaulaan-Torenlaan en het Asserbos maken nu deel uit van het Beschermd Stadsgezicht Assen.' Wolter Hendrik Hofstede wordt dan ook wel de eerste stedenbouwkundige van Assen genoemd.
In 1798 wordt het Asserbos eigendom van de Bataafsche Republiek en vanaf 1806 van het Koninkrijk Holland. Van As: 'In 1809 kwam Lodelijk Napoleon, de koning van Nederland naar Assen. Hij was zeer onder de indruk en schonk de stad tijdens die bijeenkomst het Asserbos en twintigduizend gulden voor het bouwen van nieuwe huizen aan de gemeente.'

Bosbrand
In 1833 werden de bewoners van Assen opgeschrikt door een heftige brand in zuidelijke deel van het bos. Door de inspanningen van de Assenaren en een gunstige wind kon worden voorkomen dat het gehele bos in vlammen opging. Niettemin ging zo'n drie hectare bos verloren en de Drentsche en Asser Courant sprak van 'eene aanmerkelijke verwoesting' en 'het gezigt van deze vernieling is akelig'.
Maar er waren meer bedreigingen. Met name het kappen van oude bomen schoot de Asser bevolking in het verkeerde keelgat. Men protesteerde luid en duidelijk. Argumenten uit 1871 lijken op die van vandaag. Zo heeft de ontdekker van de zeldzame zwarte vlinder een brief geschreven aan een rechter bij het provinciaal gerechtshof, met de mededeling dat 'het Asserbosch in de laatste jaren veel van zijn woudachtig karakter heeft verloren en hakt de bijl daar naar hartelust rond, tot groote smart van de bewonderaars van oude bomen.' Dineke van As noemt nog een andere aantasting: 'Een van mijn voorgangers, Van der Feltz, heeft een paar stukken bos verkocht in 1875 en daar zijn woningen gebouwd in het huidige Van der Feltzpark. Ook toen werden er protesten gehoord door natuurbeschermers. Dat is toch geweldig voor die tijd?'

Hertenkamp
Er was toen al een hertenkampje. 'Het ontstaan daarvan is ook een prachtig verhaal', aldus de eerste burger van Assen. 'De gemeente Assen was in vroeger tijden buitengewoon krenterig. Op enig moment in 1842 kreeg burgemeester Oosting een koningshert aangeboden door de weduwe van de Commissaris van de Koningin. Het gemeentebestuur wilde het eigenlijk niet aanvaarden omdat ze geen plaats had om het hert onder te brengen. De kosten voor een hertenkamp bedroegen tachtig gulden en dat was de gemeenteraad te veel. Toen enkele notabelen uit Assen genegen waren het geld te verstrekken, had de raad geen bezwaren meer.'

Attracties
De vijvers in het bos zijn niet direct bij de aanleg gegraven. In 1836 werd de Oude Vijver gegraven bij de Beilerstraat. Een kleine vijver werd in het kader van een werkverschaffingsproject aangelegd in 1895 en die werd in 1950 vergroot, waarbij een eiland ontstond. De uitgegraven grond werd gebruikt voor het openluchttheater Tivoli, dat in 1982 weer afgebroken is.
Ten zuiden van de Oude Vijver ligt een Heemtuin met voor Drenthe specifieke vegetatietypen. Verder vinden we in het bos een kinderboerderij en een midgetgolfbaan.

Begraafplaats
In het Asserbos liggen twee begraafplaatsen: de Noorderbergaafplaats aangelegd in 1822, en de Zuiderbegraafplaats, die in 1892 in gebruik werd genomen. Dineke van As toont ons met ingehouden trots de Noorderbegraafplaats, waar veel notabele Asser families begraven liggen, soms met prachtige grafmonumenten.
Het meest bijzondere cultuurhistorisch waardevolle grafmonument is van de familie Brumsteede. 'Het in neogotische stijl uitgevoerde gietijzeren monument is uniek in Nederland en bestaat uit een altaarvormige constructie onder een baldakijn met een tentdak. Het tentdak wordt gedragen door een viertal zuilen, die beëindigd worden door achtzijdige spitsen', aldus architectuurhistoricus Johan Kruiger. De gemeente heeft het grafmonument onlangs geheel gerestaureerd. De gietijzeren doodslamp die op het tentdak stond, is na de restauratie helaas verdwenen. Het prachtig gietijzeren hek rond deze dodenakker is voorzien van allerlei symbolen die met de dood te maken hebben. Op deze begraafplaats worden alleen nog gebruikt voor de particuliere graven. Een van de laatste grote begrafenissen vond plaats op 17 november 1980, toen de bekende VVD senator Harm van Riel werd bijgezet in het familiegraf.

Beschermd natuurgebied
Het Asserbos heeft zwaar te lijden gehad van de Tweede Wereldoorlog. De Duitsers hebben duizenden bomen laten kappen en er een tankgracht aangelegd. Door het ondeskundig kappen is het Asserbos zeer stormgevoelig geworden. De beruchte stormen in de jaren zeventig en de ijzel in de jaren tachtig hebben er dan ook stevig huisgehouden.
Het Asserbos is eigenlijk een beschermd natuurgebied. Het Provinciaal Omgevings Plan (POP) heeft om het bos en contourlijn getekend, hetgeen betekent dat er niets veranderd mag worden in het bos. Er vindt alleen voor het onderhoud noodzakelijk kap plaats. Na de economische functie heeft het bos nu een toeristische en recreatieve waarde. Burgemeester Van As: 'Vroeger woonde ik aan het Asserbos. Mijn diepe tuin liep over in het bos. Wij zijn bijzonder trots op dit bos, omdat het een oase is in een drukke stad. Iedere Assenaar kan hier veilig wandelen en fietsen. Het is er nooit overmatig druk.' En tot slot: 'Je vindt nergens in Noord-Nederland zo'n groot bos midden in de stad als in Assen.'

Voor dit artikel is gebruiktgemaakt van de Wandelgids voor het Asserbos door Bertus Boivin (VVV Assen) en van het artikel 'Het Asserbos' van J.T. Battjes (Asser Historisch Tijdschrift 1993-4).

Twee ontwerpen van Vroom (artikel NoorderBreedte)

Noorderbegraafplaats
Omdat het kerkhof aan de Brinkstraat vol raakte, besloot het gemeentebestuur in 1818 een nieuwe begraafplaats aan te leggen. Na veel plussen en minnen koos men voor een plek in het Asserbos dicht bij de Vaart. De grond kostte de gemeente niets, want zij was eigenaar van dit bos. Curieus is dat de gemeente contact zocht met het Duitse Aurich vanwege een toentertijd beroemd ontwerp van het kerkhof aldaar. Dit ontwerp werd vervolgens 'uitgekleed' door de woning van de doodgraver niet te laten bouwen. De begraafplaats werd in 1823 in gebruik genomen. In 1944 is de begraafplaats gerestaureerd naar een ontwerp van J. Vroom uit De Punt.
Het ingangshek toont de bekende doodssymbolen als uil, zeis, flambouw en de slang. Vooral als de rododendrons bloeien is dit een prachtige plek om te vertoeven. Een paar ruïnes van bomen, schilderachtig begroeid met klimop, geven deze begraafplaats een bijzonder cachet. Twee treuressen staan er; het gras wordt gemaaid. De Noorderbegraafplaats is geheel omgeven door bos, hetgeen deze plek een zekere intimiteit verleent.

Zuiderbegraafplaats
Uit ruimtegebrek op de Noorderbegraafplaats is de wens ontstaan om een nieuwe begraafplaats aan te leggen. Er waren meerdere opties voor plaatsen in Assen, maar men besloot uiteindelijk weer uit zuinigheid te kiezen voor het Asserbos, langs de Beilerstraat. Een ontwerp in de landschapsstijl van J. Vroom genoot de voorkeur van de raadsleden. In 1892 werd de begraafplaats in gebruik genomen en in 1925 nog met een vak uitgebreid.
De ingangspartij, geflankeerd door twee stenen palen met grafurnen erbovenop, geeft toegang tot een unieke begraafplaats. Het is geworden tot een waar pinetum; de verschillende coniferen bereiken soms een hoogte van wel vijftien meter. Zangvogels kwinkeleren dat het een lust is. Het is een soort plezierig doolhof geworden, waarbij er veel te genieten valt op het gebied van de 'schoonheid van verval'.
Het dichtgetimmerde baarhuisje zou misschien de functie van theehuis kunnen krijgen, zoals met de voormalige aula op de Selwerderhof in Groningen is gebeurd. Dat lijkt misschien vreemd, maar het 'begraafplaatstoerisme' neemt weer toe. Voorzover ik kon waarnemen, zijn er geen treurbomen, maar het is
zeker de moeite waard deze dodenakker te bezoeken

Bron; Edward Houting (NoorderBreedte nummer 5 2003) www.noorderbreedte.nl